Abstracts

Hieronder vindt u een overzicht van de workshops per onderwijssector. U kunt de informatie ook downloaden als pdf. De abstracts en informatie van de plenaire sprekers vindt u HIER

Parallelsessies Primair Onderwijs

Promoting students’ reasoning in science lessons: how to support students’ curriculum genre proficiency through scaffolded teacher-student interaction
Jantien Smit & Martine Gijsel

Basisscholen staan voor de uitdaging om wetenschap en techniek (W&T) een prominentere plaats te geven in het onderwijs. Het blijkt echter dat veel leerkrachten moeite hebben om het W&T-onderwijs op een adequate manier vorm te geven. De uitdaging is nog  groter voor leerkrachten van meertalige basisschoolklassen; de  taal die nodig is voor het leren van W&T-inhouden zal bij deze kinderen expliciet moeten worden aangeleerd. Taalgerichte W&T-lessen, gebaseerd op genredidactiek, kunnen daarbij mogelijk uitkomst bieden.
Tijdens deze interactieve bijdrage zullen we samen met u verkennen hoe de taalvaardigheid van meertalige leerlingen door middel van deze didactiek gestimuleerd zou kunnen worden.
We presenteren een lesontwerp voor de middenbouw (thema drijven en zinken) dat tot stand is gekomen door een intensieve samenwerking tussen de leerkracht en de onderzoekers. Door middel van scaffolding  wordt beoogd de mondelinge én schriftelijke taalvaardigheid van de leerlingen te bevorderen. 

Hoe geef je effectieve feedback op schrijfproducten?
Renske Bouwer & Monica Koster

Uit een recente rapportage van de Inspectie van het Onderwijs (2012) blijkt dat leerlingen in het basisonderwijs nauwelijks feedback krijgen op de teksten die ze schrijven. Dit is een gemiste kans, want uit een onderzoek naar 500 meta-analyses blijkt feedback juist één van de sterkste middelen in het onderwijs te zijn om leerprestaties te verhogen (Hattie & Timperley, 2007). Feedback op schrijfproducten dient een formatief doel: leerlingen krijgen inzicht in hun schrijfprestaties en kunnen met behulp van de feedback hun eigen teksten verbeteren.
Feedback is echter lang niet altijd effectief. Uit een grondige meta-analyse van Kluger en DeNisi (1996) blijkt dat feedback in eenderde van de gevallen zelfs negatieve effecten heeft op leerprestaties. Het is dus essentieel dat docenten weten wat wel en niet werkt bij het geven van feedback. In deze workshop bespreken we daarom wat essentiële criteria zijn voor het geven van effectieve feedback. Aan de hand van praktijkvoorbeelden van docenten uit de bovenbouw van het basisonderwijs zullen we ingaan op de inhoud en vorm van feedback en bespreken hoe feedback aangepast kan worden aan het niveau van de leerling.

Effectieve interactie over schrijven tijdens zaakvaklessen in het basisonderwijs
Suzanne van Norden

Een combinatie van begeleid zaakvakteksten analyseren en die ook zelf schrijven kan kinderen meer greep geven op de taal die hoort bij de verschillende zaakvakken, en daarmee ook op de kennisinhoud van die vakken. De zogeheten genre-didactiek (Rose & Martin, 2012) biedt hiervoor een goed theoretisch fundament. De schrijfdidactiek van taalvorming (Van Norden, 2004) biedt beproefde praktische werkvormen voor het basisonderwijs. Interactie vormt de kern van beide didactieken, en daarover gaat het in deze workshop.
Waar kinderen dicht bij de spreektaal kunnen blijven als ze over hun ervaringen schrijven, kan dat bij zaakvakteksten niet zomaar. Onderzoeksverslagen, verklarende teksten, procedurele teksten en evaluerende teksten vragen om een specifieke opbouw en passend gebruik van taalkenmerken als signaalwoorden en zinsconstructies. Leraren kunnen leren om verschillende genres samen met kinderen te onderzoeken en om alle kinderen opstapjes te bieden bij het schrijven van die genres. Daarbij is aandacht voor een interessante inhoud van cruciaal belang, is het de kunst om vorm en inhoud in samenhang te bespreken en moeten alle kinderen in een groep kunnen meedoen.
In deze workshop analyseren we enkele opnames van interactiemomenten (zowel tussen leraar en leerling als tussen leerlingen onderling), en proberen we aan de hand daarvan te bepalen wat een leraar goed moet kunnen en weten om interactie tijdens schrijflessen effectief te (bege)leiden.

Parallelsessies Voortgezet Onderwijs

Historisch redeneren stimuleren door middel van schrijfopdrachten: de rol van instructie en feedback
Brenda Stam & Jannet van Drie

In het kader van het project  Taalgericht Vakonderwijs van het Landelijk Expertisecentrum Mens- en Maatschappijvakken wordt samen met docenten lesmateriaal ontwikkeld en uitgeprobeerd ter bevordering van de schrijfvaardigheid in de mens- en maatschappijvakken.
Een belangrijk doel van het geschiedenisonderwijs is de ontwikkeling van het vermogen tot historisch denken en redeneren. Een geschikte en veel gebruikte opdracht hiervoor het schrijven van een betoog op basis van meerdere historische bronnen. We hebben lesmateriaal ontwikkeld voor leerlingen uit 4 vwo, met expliciete aandacht voor instructie op historisch redeneer- en schrijfvaardigheden en voor feedback.
De leerlingen schrijven (voor leerlingen van een andere school) een betoog over de vraag of de Atheense democratie een goede staatsvorm was. Het doel is te komen tot een verhoging van de kwaliteit van de schrijfproducten, zowel qua historisch redeneren als tekstkwaliteit.
In een rondetafelgesprek gaan we aan de hand van de schrijfproducten van leerlingen hun sterkere en zwakkere punten analyseren. Daarbij zal ook gekeken worden naar de opdracht zelf, de instructie en de wijze van docentfeedback. Vervolgens  bespreken we hoe de belangrijkste conclusies vertaald kunnen worden naar een volgende opdracht (formulering opdracht, rol instructie, etc). Daarnaast willen we bespreken of en op welke wijze het zinvol is om peerfeedback in te zetten in deze nieuwe opdracht.  

Leraren in opleiding leren feedback geven op vaktaal
David Stalpers & Joke Morshuis

Op de tweedegraadslerarenopleidingen van Inholland en de Hogeschool van Amsterdam krijgen studenten een ontwerpopdracht: creëer een (vakoverstijgende) lessenserie waarin taaltaken en vakconcepten centraal staan. In dit rondetafelgesprek laten wij u twee voorbeelden zien: een lessenserie wiskunde met als onderwerp ‘vlakke figuren’ en een lessenserie Aardrijkskunde/Nederlands, waarin leerlingen een woonwijk moeten beschrijven en daarbij de vakbegrippen ‘fysieke en sociale leefbaarheid’ gaan hanteren.
De schrijftaak in de wiskundeles is het beantwoorden van een vraag op een forum: ‘Kan iemand mij uitleggen hoe deze hoekensom precies werkt?’ In het aardrijkskundeproject moeten leerlingen een buurtprofiel opstellen en gebruiken voor een beschrijving van de woonwijk. Bij deze opdrachten helpt feedback de leerling om de begrippen helder en correct te leren verwoorden. Hoe ziet dergelijke feedback eruit? Welke docentvaardigheden zijn nodig om leerlingen feedback op inhoud en vorm te geven?
Feedback richt zich vaak op het beoordelen van de vorm: zijn de werkwoorden goed gespeld in de beschrijving van de woonwijk? Deze vragen zijn wel van belang. Maar er is meer: we willen dat de leerling de vakconcepten  (stompe hoek, buurtprofiel) helder verwoordt, in de taal van de wiskunde en de geografie. Op basis van de analyses van 20 educatieve ontwerpen hebben we situaties gezien waar het geven van feedback voor de hand ligt, en waar dit ontbreekt.

Wat wil je nu eigenlijk zeggen? Helder denken en helder spreken/schrijven gaan hand in hand
Heleen Wientjes & Joris Veenhoven

Bestemd voor docenten VWO, alle leerjaren, alle vakken.
Hoe doe je als aankomend historicus (scheikundige, neerlandicus, anglist) van 12 (15, 17)  jaar goed historisch (literair, chemisch, taalkundig) onderzoek? En wat heb je daarbij nodig van je leraar geschiedenis (etc.)?
In een doorlopende leerlijn ‘onderzoeken’ begint de leerweg in de brugklas – en als het goed is dragen alle vakken/vakdocenten bij aan de vorming van de jonge onderzoeker tot aankomend academicus. Belangrijk daarbij is een onderzoeksdidactiek waarin de inhoud van de leeronderzoeken  het leren over het onderzoeksproces ondersteunt en andersom – ze zijn te onderscheiden maar niet te scheiden. Waar het denken over de onderzoeksinhoud nog troebel is zal de (formulering van) bijvoorbeeld de onderzoeksopzet rammelen.
De bril van de docent bij deze leerweg is per definitie bifocaal. Zijn taak is het om het helder denken over inhoud«onderzoeksproces te bevorderen. Instructie, gesprek, feedback gaan daarover: wat wil je precies zeggen (onderzoeken), en hoe zeg (schrijf) je dat als goed onderzoeker.
In de workshop oefenen we met een belangrijk moment in een onderzoeksproces: het formuleren van een goede onderzoeksvraag. We vragen de deelnemers hiertoe een voorlopige onderzoeksvraag mee te nemen, bruikbaar bij hun vak, en bij voorkeur voor de jongste leerlingen.
Tijdens de workshop is gelegenheid voor uitwisseling en discussie.

Parallelsessies Voortgezet Onderwijs + Hoger Onderwijs

Samen werken aan schrijfvaardigheid
Inge van Meelis & Lies Alons

In de Campagne Leersucces vmbo – mbo werkten scholen samen aan taalontwikkelende didactiek. Verschillende teams wilden gerichter werken aan schrijfvaardigheid met de leerlingen. Ze werkten gezamenlijk betekenisvolle producten uit, vaak schrijftaken uit het beroep of uit de opleiding. Daarbij maakten ze aanvullend materiaal, zoals een stappenplan  of  een checklist voor feedback.
Denk bijvoorbeeld aan een beroepsvakdocent en taaldocent van een techniekklas (3 vmbo), die samen werken aan een stappenplan voor het schrijven van een e-mail naar een stagebedrijf. Aan de hand hiervan schrijven de leerlingen hun e-mails. Daarna geven beide docenten vanuit hun deskundigheid feedback geven op het schrijfproduct.
Docenten Nederlands en beroepsvakdocenten hebben samen manieren gezocht om het leersucces van leerlingen bij schrijftaken te vergroten. Dit heeft praktische producten opgeleverd, maar vooral ook inzicht in manier waarop je als team kunt werken aan taalontwikkelende didactiek.
In de workshop gaan we, aan de hand van beeldmateriaal van de samenwerkende docenten ontwikkelde producten, in gesprek  over de volgende vragen:

  • Wat heeft de beroepsvakdocent nodig om met leerlingen te kunnen praten over het schrijfproces en het schrijfproduct?
  • Hoe kan een docent Nederlands samen met collega’s uit de andere vakken werken aan schrijfvaardigheid?
  • Wat is de bruikbaarheid van de getoonde aanpak en producten in uw eigen school?

Praten met schrijvers. Vertellen of vragen; wat en hoe?
Joy de Jong

“Ik vind die vierde zin nogal lang. Misschien kun je hem splitsen?”
“Die tweede alinea is een beetje rommelig. Daar moet je nog eens naar kijken”
Feedback aan schrijvers ziet er vaak zo uit: we geven een oordeel en een tip. Maar het kan ook anders. We kunnen met schrijvers de dialoog aangaan en hen met gerichte vragen en opdrachtjes verleiden om zelf te kijken naar hun gedachten, hun schrijfproces en/of hun tekst. Daarmee activeren we (lerende) schrijvers en kunnen ze (1) gedachten (inhoud) ontwikkelen, (2) inzicht krijgen in de ‘werking van hun tekst’, (3) inzicht krijgen in hun schrijfproces en (4) leren hoe ze zelf hun product en proces kunnen ‘controleren’. Op deze manier levert feedback meer op dan de oplossing van dat ene zins- of alineaprobleem.
Op het Academisch Schrijfcentrum Nijmegen werken tutoren (zelf student) op deze manier met studenten van allerlei studierichtingen. Graag laat ik iets zien van zo’n meer coachende,  procesgerichte werkwijze en onderzoek ik met deelnemers wat hiervan bruikbaar is in het voortgezet onderwijs. Mogelijke vragen zijn: Voor welke aspecten van schrijfvaardigheid is het nuttig? Is het wenselijk? Is dit haalbaar? Kunnen leerlingen elkaar op deze manier helpen met hun schrijfopdrachten?

Stimulating academic writing with a creative element: A case study at Utrecht University
Syreetha Domen & Simon Cook (Engelstalig)

Upon entering university, many of our students are intimidated by style rules and restrictions imposed by academic writing. How can creative writing assignments hone a student’s ability to express thoughts in formal academic style? And how can students be encouraged to dare to make mistakes from which they learn? This case study examines strategies for providing immediate and effective feedback on English academic writing skills in the university classroom.
“The Writers’ Lab” is a large-scale compulsory first-year course that enables students to respond in a complex fashion to literary and cultural texts from the English-speaking world. It does so by integrating proficiency skills and literature. The course encourages students to become academic writers who, despite the constraints of structure, maintain their creativity. Students are assigned a variety of formative writing assignments, which are discussed in workshops in the language lab. Through guided peer assessment, students are able to learn from each other’s strengths and weaknesses as well as discuss standards of effective writing in a risk-free environment. The workshop will examine varied writing assignments and discuss their strengths and weaknesses. 

Parallelsessies Hoger Onderwijs + Docentenopleiders

Wetenschappelijk schrijven voor talig zwakkere studenten aan de KU Leuven: de student centraal
Lieve de Wachter & Jordi Heeren

Elk jaar wordt er aan de KU Leuven een taaltest academisch Nederlands afgenomen bij de instromende studenten. Diegenen die niet slagen voor deze test worden uitgenodigd op een reeks workshops rond schrijven. Maar hoe kan je ervoor zorgen dat deze talig minder sterke doelgroep de transfer van de oefeningen in de workshops naar de echte taaltaken zal maken? Onderzoek toont immers aan dat klassieke schrijfopdrachten kunnen zorgen voor een cognitieve overbelasting, waardoor de leerwinst eerder klein blijft. Daarom laten we studenten eerst andere schrijvers observeren en analyseren, voor ze effectief gaan schrijven.
Het observerend leren is een natuurlijke manier van leren, die ervoor zorgt dat ook de achterliggende metacognitieve processen worden doorgegeven. Daarna volgde een collaboratieve schrijfopdracht, waarbij studenten tijdens de les per twee of drie samenwerken aan een tekst. Het overleg met hun medestudenten dwingt hen om het schrijfproces expliciet te maken en de methode vormt daarbij het ideale vervolg op de observatieopdracht.  We zullen beide werkvormen voorstellen en tonen de mogelijke toepassingen ervan in de lespraktijk. Onze voorbeelden komen telkens uit het hoger onderwijs, maar de principes die aan de basis van onze oefeningen liggen, kunnen zeker ook worden ingezet op andere onderwijsniveaus.

Workshop on Writing Task in Teacher Preparation
Tomas Pollard & Marlies de Vos (Engelstalig)

As part of a Writing Skills course in a Masters of Education program for English teachers at the University of Applied Sciences in Utrecht, students partake in a workshop called Tried and True Methods for Teaching Writing. These teachers usually have a few years of teaching experience in the lower forms with pupils between the ages of 12 to 16.  This program is to prepare to teach English in the upper forms with pupils aged 16 to 18. Our proposal is to do the same workshop with participants using materials developed by our students this year and a few of the tasks actually used in the workshop (in the handout). The workshop can be adapted for those teaching bilingual teachers and teachers in other subjects requiring writing tasks.

Praten over schrijven: good practices uit het HBO
David Stalpers & Kitty Wortel

In het hoger beroepsonderwijs moeten studenten praktijk- en beroepsgerichte teksten schrijven zoals gezinsanalyses (in pedagogische opleidingen), verslagen van praktijkproeven (in technische opleidingen), enzovoort. Daarbij gelden vorm- en inhoudseisen van het schrijfproduct, wordt het gebruik van vak- en academische taal verwacht en moet de student zijn vakkennis correct benutten en verwoorden. Voor hbo-docenten betekent dit dat zij idealiter aandacht besteden aan ontwikkeling van vakkennis én aan taalontwikkeling bij hun studenten – bij voorkeur geïntegreerd.
Om hbo-docenten hierin te trainen zijn lessen van enkele van hun collega’s gefilmd als good practices. In deze workshop bekijken we (delen van) bovengenoemde good practices: een docent Pedagogiek leert de studenten met behulp van scaffolding hoe ze hun uitspraken in een gezinsanalyse moeten onderbouwen en een docent Elektrotechniek geeft in een gesprek met studenten feedback op hun schriftelijke verslag van een praktijkproef. We zien ook hoe studenten terugkijken op deze lessen: hoe hebben zij de gekozen aanpak ervaren en wat hebben zij daardoor geleerd?
Samen met u analyseren we hoe de getoonde interactieve instructie en feedback kunnen bijdragen aan een betere schrijfvaardigheid en vakkennis, wat we kunnen leren van de reactie van de studenten en wat deze voorbeelden kunnen betekenen voor uw eigen les- of opleidingspraktijk.

Good practices 1

Schrijven over helden uit de geschiedenis
Bart van der Leeuw & Suzanne van Norden

Hoe laat je leerlingen in de bovenbouw van het basisonderwijs stap voor stap werken aan een tekst over een beroemd persoon uit de geschiedenis? In een reeks geschiedenislessen met veel interactie leren de leerlingen historische informatie verwerken in een zelf geschreven tekst. De lessen bestaan uit verschillende samenhangende activiteiten: vertel- en overlegopdrachten, informatie verzamelen, voorbeeldteksten analyseren, gezamenlijk schrijven en bespreking van eigen teksten. Gedurende het schrijfproces stimuleert de leraar onderzoek naar de specifieke taalkenmerken van het beoogde tekstgenre: een historische biografie.
In onze presentatie bespreken we kort de gehanteerde aanpak, en laten we een voorbeeld zien van een leerlingtekst. Aan de hand van die tekst onderzoeken we de waarde van genrekennis voor de leraar-leerlinginteractie. Genrekennis kan leraren helpen om richting te geven aan de interactie met leerlingen tijdens hun schrijfproces Een historische biografie is niet zomaar een ‘verhaal’, maar een aan het vak geschiedenis verbonden genre met specifieke taalkenmerken. Ook leerlingen kunnen dat leren inzien en die kennis benutten. Daarmee gaat zowel hun geschiedeniskennis als hun schrijfvaardigheid vooruit.

Writing instruction in history: Effects of  learning from discipline-specific examples
Jannet van Drie & Martine Braaksma (Engelstalig)

An important aim in history education is learning students to reason about the past. Components of historical reasoning are asking historical questions, contextualizing, using substantive historical concepts, using meta-concepts of history and putting forward claims supported with arguments, which are based on evidence from sources that give information about the past.
Based on the writing-to-learn approach, writing can be considered an important means to engage students in historical reasoning and learning. Writing in history puts high demands on students. In an earlier study we found that weak aspects in students’ writing in history are related to weighing counter arguments, contextualizing, and use of meta-concepts. An important question therefore is what instruction should look like in order to improve students’ historical reasoning in writing.
In an experimental study we compared the effects of two types of short writing instructions: a more general writing instruction and a more domain-specific integrated writing instruction on students’ writing in history.
The outcomes of this study suggest that in order to improve historical reasoning in writing an integrated instruction, even of one lesson only, is effective. This finding is important because it provides us with more insight in how to improve students’ historical reasoning in writing and with suggestions for educational practice.

Good practices 2

Ik schrijf, jij schrijft, wij schrijven: hoe samen schrijven betere schrijfproducten oplevert
Martijn Knook & Nellianne van Schaik

Veel docenten worstelen met de matige teksten die leerlingen schrijven. Leerlingen lijken vaak moeilijk te motiveren om te werken aan hun schrijfontwikkeling. Schrijven is een complex proces, waarbij cognitieve overbelasting op de loer ligt. Daarom laten wij op het Calvijn College (bovenbouw havo/vwo) de leerlingen in groepjes van drie de verschillende fases van het schrijfproces doorlopen.
In ons lesontwerp ‘groepsschrijven’ bieden wij een uitgebreide instructie bij alle fases van het schrijfproces, zodat leerlingen de schrijftaak gestructureerd en stapsgewijs aanpakken. De docent Nederlands begeleidt door klassikaal te instrueren, groepjes te coachen en goede voorbeelden van teksten te laten zien. De leerlingen dragen een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor hun schrijfproduct. In de groepjes worden taken verdeeld, is aandacht voor de verschillende vaardigheden die bij het schrijven nodig zijn en voorzien leerlingen elkaar van feedback. Door in ons lesontwerp expliciete feedbackinstructies te geven, blijken leerlingen nauwkeuriger hun schrijfproduct te herzien en verbeteren de schrijfproducten.
‘Groepsschrijven’ levert niet alleen een beter schrijfproduct op, maar motiveert leerlingen ook om samen te werken en voorkomt het bekende ‘writer’s block’. Ons idee over groepsschrijven heeft de potentie om uit te groeien tot een lesontwerp dat toepasbaar is bij alle vakken waar leerlingen schrijven.

Prépablog – een interactive cover sheet voor schrijfvaardigheid,  product van een professionele leergemeenschap van docenten Frans
Astrid Eelkema

Wat willen we dat leerlingen doen voor, tijdens en na een schrijftaak, en hoe kunnen we deze activiteiten als docent effectief ondersteunen?  Met deze vraag zijn vijf docenten Frans en een coach/onderzoeker aan de slag gegaan in een professionele leergemeenschap.  Gezamenlijk hebben wij Prépablog ontwikkeld, een procesgericht stappenplan voor schrijfvaardigheid en feedback voor moderne vreemde talen in de bovenbouw havo/vwo.  Het stappenplan is een interactive cover sheet dat zowel de docent als de leerlingen bewust maakt van de te ondernemen stappen bij schrijven, van planning, en van verschillende versies met revisie. Prépablog stimuleert veelvuldige interactie in de fasen van feed-up, feedback en feed-forward: leerlingen en docent interacteren over doelen, criteria, leerwensen en leerproblemen. Het stappenplan werkt als scaffolding-by-script, waarbij een aanpak voor schrijven en leren van schrijven aanvankelijk in de steigers wordt gezet, opdat leerlingen vervolgens stapsgewijs sturing leren nemen over hun eigen leerproces. 
Tijdens de presentatie maakt u kennis met dit stappenplan, krijgt u een inkijkje in het ontwikkelingsproces, leert u hoe u het stappenplan kunt implementeren, en delen we met u ervaringen van de docenten en hun leerlingen.